Astronomische bureaus en gezag over de kalender
Een keizerlijke kalender vereiste een instelling die de hemel kon waarnemen, datums kon berekenen en een goedgekeurde kalender voor het komende jaar kon voorbereiden. In de Ming- en Qing-periode vielen deze taken onder de Qintianjian (钦天监), het keizerlijke astronomische bureau. Eerdere regeringen kenden verwante verantwoordelijkheden toe aan ambtenaren en bureaus met andere namen. Hun werk verbond het meten van de tijd met het gezag van de heerser om het openbare en ceremoniële leven te ordenen.
De kalender en het keizerlijke gezag
Het maken van een kalender behoorde tot de verantwoordelijkheid van een heerser om de juiste seizoenen voor gezamenlijke activiteiten aan te geven. Een officiële kalender stelde de reeks maanden en dagen vast die voor overheidszaken en staatsceremonies werd gebruikt. In de politieke taal van het keizerlijke China kon het aanvaarden van de kalender van een heerser uitdrukken dat men diens gezag aanvaardde. Een nieuwe dynastie kon de kalender hervormen om een nieuw mandaat te markeren, of een bestaand stelsel behouden om aanspraak te maken op continuïteit.
De astronomische bestuursorganisatie veranderde herhaaldelijk. Hieronder staan enkele historische benamingen, niet de namen van één onveranderlijke instelling. Taishiling is een ambtstitel; de overige vermeldingen noemen bureaus.
| Periode | Geselecteerde historische benaming |
|---|---|
| Qin en Han | Taishiling |
| Sui | Taishijian |
| Tang | Taishiju; Sitiantai |
| Song | Sitianjian |
| Yuan | Taishiyuan |
| Ming en Qing | Qintianjian |
Waarneming, voorspelling en ritueel
De taken van het astronomische bureau gingen verder dan het maken van een jaarkalender. Onder de Ming nam het personeel de zon, de maan, de sterren en atmosferische verschijnselen waar, legde veranderingen vast en meldde ongebruikelijke gebeurtenissen vertrouwelijk aan de keizer. Het verzorgde ook de tijdmeting met waterklokken en gaf de signalen die nodig waren om hofceremonies op elkaar af te stemmen.
Verduisteringen brachten voorspelling en ritueel bijzonder dicht bij elkaar. Ambtenaren berekenden wanneer een verduistering zou optreden, hoeveel van de zon of maan zou worden verduisterd en waar op de schijf de verduistering zou beginnen en eindigen. Ze deelden deze voorspellingen mee aan het Ministerie van Riten. Dat stelde vervolgens de bureaus op de hoogte die verantwoordelijk waren voor de voorgeschreven reactie, waaronder ceremonies om de verduisterde zon of maan te redden. Een mislukte voorspelling kon dus zowel het officiële ritueel verstoren als een zwakte in de berekeningen blootleggen.
Het bureau koos ook datums voor offers, bouwwerkzaamheden, huwelijken en keizerlijke begrafenissen. Deze aanbevelingen behoorden tot stelsels voor het kiezen van gunstige tijdstippen. Ze dienden een ander doel dan het meten van een hemelpositie, hoewel beide officiële verantwoordelijkheden waren. Het waarnemen van de hemel, het duiden van ongebruikelijke gebeurtenissen als voortekenen en het adviseren van het hof over geschikte datums vonden plaats binnen dezelfde bestuurlijke structuur.
Specialisten, opleiding en veranderende methoden
De opleiding onder de Ming was verdeeld in vier vakgebieden: astronomie, tijdmeting met waterklokken, Huihui-methoden die met islamitische astronomie waren verbonden, en kalenderberekening. Ambtenaren mochten slechts beperkt naar andere functies overstappen, en hun nakomelingen moesten het beroep voortzetten. Deze regelingen hielden specialistische kennis in stand via ambtenarenfamilies en behielden tegelijk officiële controle over de overdracht ervan. Als gekwalificeerd personeel ontbrak, kon het Ministerie van Riten extra kandidaten zoeken en toetsen.
Het Qing-bureau had posten die waren bestemd voor Mantsjoe-, Mongools en Han-Chinees personeel, met inbegrip van afzonderlijke functies voor Han-Chinese leden van het militair-bestuurlijke vaandelstelsel. Waarnemers, rekenaars, vertalers en klerken brachten verschillende vaardigheden in. Leerlingen werden binnen het bureau opgeleid, en hun technische bekwaamheid werd beoordeeld voor bevordering. De instelling was afhankelijk van dit blijvende bestand aan opgeleid personeel én van haar leidinggevenden.
Ook hofbenoemingen beïnvloedden welke astronomische methoden het bureau gebruikte. Johann Adam Schall von Bell, bekend als Tang Ruowang, leidde het kalenderwerk in de vroege Qing-periode, maar verloor zijn ambt tijdens een politiek en religieus conflict over de kalender. Ferdinand Verbiest, bekend als Nan Huairen, kreeg vervolgens een ambt en herstelde de Europese methoden. Europese specialisten werkten binnen een bestaande instelling die nog steeds verantwoordelijk was voor waarnemingen, ritueel advies, tijdmeting en publicatie.
Van berekeningen naar een officiële kalender
Het maken van de kalender voor het komende jaar was een terugkerende taak, ongeacht of er een hervorming plaatsvond. Specialisten gebruikten de goedgekeurde astronomische procedures om maandbeginnen, maandlengten, schrikkelmaanden en zonnetermen te berekenen. Dagvermeldingen combineerden dit astronomische kader met aanbevelingen voor activiteiten. Zo kregen lezers zowel de datums van het jaar als advies over wanneer bepaalde handelingen geschikt waren.
Het bureau bereidde publicaties voor verschillende doeleinden voor. Hofkalenders en kalenders voor openbaar gebruik onder de Ming bevatten verschillende reeksen activiteitenaantekeningen, terwijl afzonderlijke werken hemelposities en andere technische informatie leverden. In het Qing-bureau berekende de Shixian-afdeling de jaarkalender en maakten aangewezen ambtenaren Mantsjoe- en Mongoolstalige versies. Om dit werk om te zetten in bruikbare exemplaren waren berekening, vertaling, overschrijven en drukwerk nodig.
De voltooide kalender moest worden goedgekeurd voordat hij officieel werd verspreid. Onder de Ming bood het bureau de Datong-kalender voor het volgende jaar aan de troon aan en stuurde die voor afkondiging naar het Ministerie van Riten. In 1479 werd de officiële uitgiftedatum verplaatst van de winterzonnewende naar de eerste dag van de tiende maanmaand. Ook de Qing verlangde dat het bureau de nieuwe kalender indiende en voor afkondiging naar het Ministerie van Riten stuurde. Berekening en officiële uitvaardiging waren binnen dit proces afzonderlijke verantwoordelijkheden.
De afkondiging maakte de voorbereide datumreeks tot de kalender die in naam van de heerser werd uitgevaardigd. De verspreiding gaf ambtenaren een gemeenschappelijk kader voor het plannen van zaken en ceremonies. De openbare kalender stelde de datums van het jaar beschikbaar zonder dat lezers astronomische berekeningen hoefden uit te voeren. Een grote hervorming veranderde de methoden achter die datums; de jaarlijkse kalenderproductie bracht de goedgekeurde methoden in het dagelijks gebruik.